MAARHEEZE - De rechtbank Oost-Brabant heeft een 31-jarige man uit Maarheeze veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 jaar. Hij beëindigde een langslepend conflict in het drugsmilieu door een man in zijn auto dood te schieten. Een bijrijder raakte gewond.

De verdachte werkte lange tijd als 'kok' in drugslabs en produceerde harddrugs voor het slachtoffer. In 2020 wilde de verdachte naar eigen zeggen uit het criminele circuit stappen. Toen hij dit tegen het slachtoffer zei, drong die er telkens op aan dat de verdachte drugs bleef produceren. In die periode werd verdachte bedreigd. Volgens de verdachte was het slachtoffer daarvoor verantwoordelijk.

Gedurende twee jaar zaten beide mannen in België in de gevangenis. Toen de verdachte in februari 2023 op vrije voeten kwam, benaderde het slachtoffer hem opnieuw om voor hem te werken. De verdachte hield de boot af, maar werd vervolgens opnieuw bedreigd. Ook zijn familie werd opgezocht door het slachtoffer en anderen. Het slachtoffer bleef de verdachte onder druk zetten om opnieuw in een drugslab te gaan werken, omdat verdachte nog een schuld zou hebben openstaan. Ze maakten een afspraak op 25 juni 2023 om hierover verder te praten.

'De kofferbak in'

De verdachte kreeg tijdens die middag in juni via zijn oom te horen dat hij mee moest werken met het slachtoffer en anders ‘de kofferbak in zou gaan’. Na dit gesprek pakte de verdachte een vuurwapen dat hij uit zelfbescherming in de week daarvoor zou hebben aangeschaft. Hij laadde het wapen en ging buiten zijn woonwagen zitten wachten tot het slachtoffer zou arriveren. Op het moment dat het slachtoffer met zijn auto aan kwam rijden en stopte, liep de verdachte op de auto af en opende van dichtbij het vuur. Het slachtoffer is door 13 kogels geraakt, waarvan 3 kogels in zijn hoofd, 1 in zijn romp en 1 in zijn been. De bijrijder werd in zijn been geraakt.


45 minuten bedenktijd

Volgens de rechtbank is er bij het dodelijk geweld tegen het overleden slachtoffer sprake van voorbedachte raad en dus moord. Er zaten namelijk 45 minuten tussen het moment dat de verdachte zijn vuurwapen pakte en de aankomst van het slachtoffer. De verdachte had zich in die tijd kunnen bedenken. Dat hij het besluit om te schieten pas nam toen hij zag dat het slachtoffer ‘een beweging’ maakte, vindt de rechtbank onwaarschijnlijk. Het ging duidelijk om een vooraf genomen besluit om het slachtoffer definitief uit te schakelen. Dat leidt de rechtbank ook af uit het feit dat hij is blijven schieten op het slachtoffer en niet op de bijrijder.

Anders dan de officier van justitie concludeert de rechtbank dat er in het geval van de bijrijder geen sprake is van voorbedachte raad. De rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachte van tevoren wist dat deze man mee zou komen en hij heeft ook niet gericht op hem geschoten. Daarom is er geen sprake van een poging tot moord, maar van een poging tot doodslag.

Geen noodweer

De verdachte stelt dat hij zichzelf wilde verdedigen en dat hij psychisch onder druk was gezet. De rechtbank ziet dit anders. De verdachte zette de aanval zelf in. Het slachtoffer had geen schijn van kans om überhaupt te reageren op de schoten. Ook is geen sprake van psychische overmacht. De verdachte stemde zelf in om met het slachtoffer af te spreken. Vervolgens koos hij ervoor om in zijn eentje bewapend met een geladen vuurwapen het slachtoffer op te wachten, terwijl hij andere opties had.

Ondermijnende criminaliteit

De rechtbank ziet deze zaak als een typerend voorbeeld van het ondermijnende karakter waar de zware georganiseerde criminaliteit bekend om staat. Ook is deze zaak een voorbeeld van hoe ontzettend moeilijk het is om je aan het drugsmilieu te onttrekken. De enige drijfveer voor deze vorm van criminaliteit is geld, ten koste van de maatschappij en iedereen die hier niet aan meewerkt.

De verdachte voelde zich volgens eigen zeggen tot een wanhoopsdaad gedreven. De rechtbank weegt mee dat hij hier uitgebreid over heeft verklaard en dat die verklaring oprecht en geloofwaardig is overgekomen. Desondanks had hij een andere keuze kunnen en moeten maken. Dat hij geen vertrouwen had in de politie geeft hem geen vrijbrief om deze vorm van eigenrichting toe te passen.

Aan de familie en andere dierbaren van het slachtoffer is een enorm groot en onherstelbaar verdriet aangedaan. Zij zullen hem de rest van hun leven moeten missen. Daarnaast nam de verdachte op de koop toe dat hij ook de bijrijder schade berokkende door hem in een zeer beangstigende situatie te brengen, waarbij hij bovendien door een kogel werd geraakt.


Al met al vindt de rechtbank een celstraf van 14 jaar op zijn plaats. Ook moet hij de nabestaanden en de bijrijder schadevergoedingen betalen van in totaal ruim 47.000 euro.