De verdachte had naar eigen zeggen een tas vuurwerk gevonden tijdens de jaarwisseling en was bezig dit af te steken in het uitgaansgebied van Eindhoven. Daar gold op dat moment een algeheel vuurwerkverbod. Op enig moment kwamen twee handhavers voorbij gefietst en gooide de verdachte een stuk vuurwerk hun richting op. Dit ontplofte in de buurt van de handhavers, die daardoor in hun gezicht werden geraakt.
Volgens de verdachte had hij de handhavers niet aan zien komen toen hij het vuurwerk gooide. Er zou volgens hem sprake zijn geweest van een ongeluk. De politierechter doet dit af als ongeloofwaardig. Uit de verklaring van één van de handhavers blijkt namelijk duidelijk dat er eerst oogcontact was tussen hem en de verdachte, daarna stak de verdachte het vuurwerk pas af en gooide het naar de slachtoffers.
Bij het bepalen van de straf weegt de politierechter mee dat de verdachte vuurwerk naar twee handhavers gooide en zich daarmee schuldig maakte aan een dubbele poging tot zware mishandeling. Daarbij weegt mee dat het incident tijdens de jaarwisseling plaatsvond en dat het geweld tegen hulpverleners was gericht. Al met al vindt de politierechter een celstraf van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, op zijn plaats.

0.7 ℃


























